10%/90%, 0,3% – enige percentages…

Het verbod op de productie van gloeilampen is ingegeven door de gedachte dat de gloeilamp feitelijk een groot deel van zijn energieverbruik spendeert aan de afgifte van warmte en maar een gering gedeelte aan de verspreiding van licht. De verhouding licht/warmte wordt algemeen vastgesteld op 10%/90%.

Bovenstaande moge waar zijn (wij hebben het niet zelf nagemeten), toch is het milieu weinig geholpen met de maatregel. In de Nederlandse huishoudens bijvoorbeeld nemen de gloeilampen slechts 0,3% van het totale nationale energieverbruik voor hun rekening (al houdt het Centraal Bureau voor Statistiek het op 0,8%, omdat voor de opwekking van deze energie in de elektriciteitscentrales nog eens 0,5% extra nodig is).

Hoewel spaarlampen op het moment van branden wel degelijk zuiniger met energie omgaan, wordt het effect menigmaal teniet gedaan omdat consumenten hun lampen langer laten branden, juist in de veronderstelling dat dit beter zou zijn voor de levensduur van spaarlampen. Ook het “op temperatuur komen of op volle lichtsterkte komen” is voor velen een reden om de spaarlamp niet voortdurend uit te doen als licht niet strikt noodzakelijk is, bijv. in badkamers, toiletten of in trappenhuizen.

Voorstanders van de afschaffing van de gloeilamp vergeten voor het gemak dat de opgewekte warmte geen weggegooide energie is, maar wezenlijk bijdraagt aan de verwarming van het huis, zeker in de donkere wintermaanden als men ook de kachel aan heeft. Wat de spaarlamp niet aan warmte opwekt, moet nu door de CV opgebracht worden. Onderzoek heeft uitgewezen dat door de warmteproductie van gloeilampen de temperatuur in huis tot wel 3 graden kan oplopen.

En zijn de voordelen van de minieme energiebesparing nu wel zo groot? Laat men niet vergeten dat de productie van spaarlampen, afhankelijk van het type of model anderhalf tot tien keer (!) zoveel energie kost als de productie van gloeilampen. Ook is inmiddels genoegzaam bekend dat spaarlampen vanwege de gebruikte zware metalen bij het chemisch afval thuishoren en niet in de gewone prullenbak.

Zo beschouwd kan men in het belang van het milieu met evenveel recht vasthouden aan de gloeilamp boven de spaarlamp. Al zal voor velen eerder de doorslag geven dat een gloeilamp prettiger, natuurlijker licht verspreidt dan de spaarlamp.

Reacties

Reageer