Spaarlampen in een kroonluchter?

Liefhebbers van gloeilampen begrijpen het niet. Waarom moet deze lichtbron weg? Sfeervoller licht bestaat er immers niet.

Venetiaanse kroonluchters met spaarlampen. Je moet er niet aan denken, zegt Remko Gremmen van Aurora Kontakt in Amsterdam. De spaarlampen zijn weliswaar niet meer de jampotten van vroeger, maar lang niet zo mooi als een echte gloeilamp. En dat zullen ze ook nooit worden.

Remko toont ze naast elkaar: een fraai ontworpen gloeilamp in de vorm van een kaarsje en de nieuwste spaarlamp. Over smaak valt niet te twisten, maar dit is toch een heel verschil. Ik kan mij niet voorstellen dat de kroonluchters in de St. Bavo in Haarlem of Huis ten Bosch in Den Haag over een paar jaar met spaar– of ledlampen worden uitgerust.

Ook in bepaalde designlampen en straatlantaarns zal volgens hem ook in de toekomst de voorkeur worden gegeven aan een lamp met een kooldraad.

Nederland zal door een verbod van de gloeilamp mogelijk een stukje lelijker worden, maar niet donkerder. Praktisch zijn er geen problemen om op termijn in alle lichtpuntjes de gloeilampen te vervangen door spaarlampen of nog energiezuinigere ledlampen.

In elke fitting past nu ook een spaarlamp. Uitzonderingen zijn nog de schakelbordlampjes. Voor deze lichtbronnen, die ook wel parfumlampjes worden genoemd omdat er vroeger parfum op werd gedaan voor de geur, zijn nog geen moderne versies beschikbaar.

Maar misschien over een paar jaar wel, zegt Remko. De ontwikkelingen gaan snel. En de Nederlandse overheid werkt nauw samen met de industrie – vooral met Philips.

Van de nieuwste ledlampen had Aurora een paar jaar terug nog slechts één plank in de grote zaak aan de Vijzelstraat. Nu zijn het al vier kasten, van koelwit tot warmwit en in de kleuren rood, geel, groen en blauw. Remko: Om eerlijk te zijn bestaat 50 procent van ons assortiment nog uit gloeilampen en zijn ze nog goed voor 75 procent van onze omzet.

Een probleem voor het overstappen op spaarlampen voor de consument is dat ze niet zo makkelijk kunnen worden gedimd. Je moet de bestaande diminstallaties ombouwen. Bij spaarlampen kan je vervolgens alleen trapsgewijs dimmen: bijvoorbeeld van 25, naar 50 of 75 procent. Dat is een stuk minder mooi. Bij ledlampen kan het wel vloeiend verlopen, maar ook weer niet met een gewone dimmer, aldus Remko.

Het verschil tussen de spaarlamp en de ledlamp is dat de eerste net als de tl-verlichting een gasontladingslamp is. De tweede werkt met diodes. De ledlamp wordt niet warm. Zelfs als de lamp uren aan is geweest kun je hem met blote handen vastpakken. Maar beide lampen geven minder licht en minder sfeer dan de oude gloeilamp, zegt Remko.

Reacties

Reacties zijn gesloten.