Column in ‘De Telegraaf’ van dinsdag 12 September 2017

kringen

| Rob | Hoogland

Vrijwel elke stad heeft zo’n winkel. Zo eentje, bedoel ik, waar iedereen die op zoek is naar oplossingen voor problemen van elektronische aard, hoe ingewikkeld ook, na afloop gelukzalig glimlachend weer naar buiten loopt.

In Amsterdam heb je Aurora.

Of je nu op zoek bent naar een adapter voor een in Noord-Oost-Tadzjiskistan aangeschafte ladyshaver van het merk Kapotjeplov, of naar een plug-in voor een oplaadbare Umsalabumsa-laserpen uit 1957 die je ooit in het Chileense deel van Patagonië hebt geruild voor een halve fles tequila, de uitkomst is altijd dezelfde: de medewerker denkt anderhalve seconde na, steekt dan superieur grijnzend zijn wijsvinger omhoog en loopt vervolgens linea recta naar een van de 63.897.587 laatjes die hem in de winkel ter beschikking staan, waaruit hij het benodigde attribuut opvist.

„Alstublieft, meneer.”

En verdomd: het werkt altijd.

Waarom vertel ik dit? Omdat ik daartoe getriggerd werd door de aankondiging van de eerste aflevering voor het nieuwe seizoen van Haagse lobby, de WNL-serie waarin Rick Nieman op zoek gaat naar ’de verborgen belangen’ achter politieke kwesties, die morgenavond wordt uitgezonden (21.20 uur, NPO 2). In deze eerste aflevering, zo las ik, komt Nieman tot de ontdekking dat het gloeilampverbod dat ons in 2009 werd opgelegd totaal onnodig was en het resultaat van een gênant staaltje handjeklap tussen Philips en Greenpeace. Elsevier-medewerker Syp Wynia, die de reportage begeleidde, spreekt zelfs van ’een grote zwendel’.

Boris van der Ham, toen nog Kamerlid namens D66, was erbij betrokken, net als Mariko Peters, destijds volksvertegenwoordigster voor GroenLinks. Zij drukten het verbod erdoorheen, milieuminister Jacqueline Cramer – ooit werkzaam voor Philips! – werkte eraan mee en Boris van der Ham zegt nu dat hij zich bij nader inzien voor het karretje voelt gespannen van Greenpeace en Philips, dat per se de spaarlamp wilde introduceren maar nota bene nog steeds gloeilampen voor de Aziatische en Afrikaanse markt produceert.

En wat blijkt nu?

Die spaarlamp is giftig en nog slechter voor het milieu dan de gloeilamp.

Waarmee ik weer bij Aurora uitkom, waar mannen van de praktijk werken.

„Zeg het maar, meneer”, zei een van de medewerkers toen ik mij in 2009 bij zijn winkel meldde.

„Doe mij maar een stuk of twintig spaarlampen”, zei ik. „Je bent een plichtsgetrouw burger of je bent het niet.”

„Ik verkoop ze natuurlijk graag, meneer”, zei de medewerker. „Maar wat wordt het volk hier toch belazerd. Die spaarlamp is helemaal niet milieuvriendelijker. Er zit hartstikke giftig kwik in. Wij zullen er dan ook alles aan doen om de gloeilamp zo lang mogelijk te verkopen.”

En zo geschiedde.

Kijk, deze affaire zou nu wél een parlementaire enquete waard zijn.

Tip: roep die Aurora-verkoper als getuige-deskundige op.

En vraag hem dan meteen hoe we met die windmolens, elektrische auto’s en zonnepanelen worden geflikt.

foto 1:  kh1234567890
foto 2: mokums.nl

Wat is een kooldraadlamp?

De kooldraadlamp, de oervorm van de gloeilamp

Antieke gloeilamp

Antieke gloeilamp

De kooldraadlamp is feitelijk de oervorm van de gloeilamp. De gloeidraad werd in het allereerste begin gemaakt van koolstof, afkomstig van bamboe, zijde, cellulose of metalen, zoals platina of osmium. Later werd overgestapt op het beter geschikte wolfraam. Toch werd de kooldraadlamp nog tot 2007 gemaakt door Philips en tot op de dag van vandaag elders in de wereld vanwege de decoratieve uitstraling. Een kooldraadlamp ziet er bijzonder uit en geeft mooi warm licht. De lage lichtopbrengst wordt nu juist als een groot voordeel beschouwd. Het rendement is namelijk laag. De lamp produceert meer warmte dan licht, reden waarom ze als mileuonvriendelijk worden beschouwd. Ook is de kooldraad zeer gevoelig. Men dient uiterst voorzichtig met de lampen om te gaan, omdat de kooldraad snel breekt.

De techniek van de kooldraadlamp

Edisons schets van zijn gloeilamp

Edisons schets van zijn gloeilamp

In een glazen bol wordt een kooldraad, ook wel filament genoemd, met een elektrische stroom verhit tot een zeer hoge temperatuur. Zodra de kooldraadlamp op een spanningsbron wordt aangesloten gaat door de gloeidraad stroom lopen, waardoor deze zo sterk wordt verhit dat er licht ontstaat. Belangrijke eigenschap van de glazen bol is dat hij zuurstofarm is. Zou de bol gewoon lucht bevatten, dan zou de kooldraad direct doorbranden.

Thomas Edison

Thomas Edison

Thomas Edison

Menigeen denkt dat Thomas Edison de uitvinder van de gloeilamp is, maar feitelijk weet niemand precies wie de eerste gloeilamp maakte. De gloeilamp ontstond als een proces waaraan velen bijdroegen, waaronder ook Thomas Edison. Op zijn conto kan wel de perfectionering geschreven worden alsook het commerciële succes van de gloeilamp. Naast Edison worden ook de Rus Alexander Lodygin (1872) en de Engelsman Joseph Swan (1878) genoemd als uitvinder van de gloeilamp. In 1874 werd in Canada een patent verleend aan Henry Woodward en Mathew Evans voor een lamp bestaande uit koolstof staven gemonteerd in een met stikstof gevulde glazen cilinder. Ze slaagden er echter niet in om hiervan een commerciëel succes te maken en verkochten het patent in 1879 aan Thomas Edison.

De kooldraadlamp – nog steeds populair

Moderne kooldraadlamp

Moderne kooldraadlamp

De lichtopbrengst van de aanvankelijke kooldraadlampen was zo laag dat met name Duitse wetenschappers op zoek gingen naar betere gloeidraden. Dit werd uiteindelijk het wolfraam. Toch blijven de kooldraadlampen tot op de dag van vandaag geproduceerd worden voor speciale, vooral decoratieve toepassingen waarbij de lage lichtopbrengst als een voordeel wordt beschouwd en bijdraagt aan een nostalgische sfeer. Kooldraadlampen zijn dan ook nog volop te koop in onze webwinkel.

Lampje leeft, leve Lampje

Als het om lampjes gaat, steken wij graag ons licht op op internet. Al surfend kwamen we uit bij de site van Opinieleiders met een belangwekkend artikel over Lampje, het slimme hulpje van de stripfiguur Willie Wortel. De Opinieleiders schrijven:

Zoals bekend is Lampje het hulpje van Willie Wortel. Zij zijn beiden geschapen door Carl Barks. Willie Wortel komt in Nederland voor het eerst voor in Donald Duck nr. 12 van 1953, maar zonder Lampje. Dit verhaal is herdrukt in het album “Donald Duck als kampeerder”en het is het tweede verhaal waarin Willie Wortel optrad. Het eerste verhaal met Willie Wortel verscheen een paar weken later in de Nederlandse Donald Duck, en wel in nr. 17 van 1953. Ook hierin nog geen Lampje. Dit verhaal is herdrukt in “Donald Duck als krachtpatser”, als tweede verhaal in dat album.

Lees verder op Opinieleiders en klik onderaan het artikel ook de links aan naar meer wetenswaardigheden over Lampje en Willie Wortel. Wij hebben ons er prima mee vermaakt.

“Gloeilamp onrendabel maar wel aangenaam”

In de Telegraaf van 4 september 2012 een artikel van Jos van Noord over “het giftige peertje”. Hij schrijft o.a.:

Sinds vorige week mogen energie slurpende gloeilampen hier niet meer worden gemaakt of geïmporteerd. Maar de verkoop vertoont pieken, de peertjes worden dezer dagen massaal gehamsterd. Door de enorme voorraden die lampengroothandels en winkels hebben ingeslagen, is de verwachting dat pas over een aantal jaren de gloeilamp definitief uit de Nederlandse huishoudens zal zijn verdwenen. Helpen we nu het milieu, ónze portemonnee of die van de lampenindustrie?

Een grote vraag die bij de consument leeft en nooit heel duidelijk door de industrie beantwoord wordt is de mate van schadelijkheid en milieubelasting van respectievelijk de gloeilamp en de spaarlamp. De gloeilamp is een onrendabele lichtbron, want van alle energie die daar ingaatt, wordt nog geen 4 procent omgezet in licht, de rest wordt omgezet in warmte. Warmte die overigens ook een klein beetje bijdraagt aan de verwarming van je huis.

Maar hoe zit het met de milieubelasting van de spaarlamp? Een kapotte gloeilamp gooi je in de vuilnisbak, maar een spaarlamp dient gedeponeerd te worden als chemisch afval vanwege de grote hoeveelheden kwik en arsenicum. Het is lang niet zeker dat iedere consument dat ook daadwerkelijk doet. Veel spaarlampen (en ze gaan vaker kapot dan menigeen lief is, soms binnen een jaar al) zullen gewoon aan de straat gezet worden in de KLIKO of vuilniszak. Het recyclen van de kapotte spaarlampen levert hoe dan ook hoge kosten op, zéker geen besparing. Ook het maken van die lampen – veelal in Azië – kost véél meer energie dan de productie van gloeilampen.

Jos van Noord vraagt zich af:

Opgelucht dat die onrendabele gloeilampen eindelijk verboden zijn? Of voor de schemerlamp toch liever ’t aloude peertje? Wat is er mis met led lampen? De schaduwzijde van spaarzaam verlichten?

Reageren kan op de site van de Telegraaf.

Zoomin.tv – “Licht uit voor de gloeilamp”

Licht uit voor de gloeilamp

Meer nieuws over het productie- en importverbod van de gloeilamp. In beeld onze winkel in Den Haag.

RTL Nieuws – “Afscheid gloeilamp valt zwaar”

RTL Nieuws - Afscheid gloeilamp valt zwaar

RTL Nieuws – Afscheid gloeilamp valt zwaar

Maandag 27 augustus 2012: Aurora Kontakt op RTL Nieuws in “Afscheid gloeilamp valt zwaar”,

Bekijk video van RTL Nieuws.

Niets boven het oude peertje!

De Telegraaf deed onlangs onderzoek naar de mening over het gedwongen verdwijnen van de gloeilamp. Het ergert ca. 86% van de ondervraagden dat de gloeilampen niet meer overal in de winkels liggen. Want “gloeilampen zenden het volledige kleurenspectrum uit en geven daardoor gezond licht. Spaar- en ledlampen missen dit” aldus de Telegraaf.

Niets boven het oude peertje!

De Telegraaf - Niets boven oude peertje

Menig consument heeft een grote afkeer van de spaarlamp. Veel genoemde ergernissen:

Wantrouwen

Ook blijkt dat de consument een groot wantrouwen heeft over de motieven van de politiek. Want spaarlampen mogen wellicht iets zuiniger met electriciteit omgaan, eenmaal opgebrand (en dat is menigmaal veel sneller dan de verpakking belooft), moet de spaarlamp bij het chemisch afval gedeponeerd worden vanwege de giftige materialen waaruit de spaarlamp is opgebouwd. De consument vermoedt dat “Brussel” of “de politiek” onder één hoedje speelt met de spaarlampenindustrie. Fijntjes wordt er op gewezen dat oud-minister Jacqueline Cramer van de PVDA in de jaren 90 in dienst was van Philips. “Doorgestoken kaart”, zo tekent de Telegraaf op. En ook: “Cramer heeft zich laten inpakken door de industrie- en milieulobby¨.

Marktwerking of gedwongen winkelnering?

De Telegraaf vindt de maatregelen bizarre betutteling. Immers, als de spaarlamp werkelijk zoveel voordeel zou bieden boven de gloeilamp, dus echt zuiniger, minimaal even mooi licht, praktisch in huis, dan zou het oude peertje vanzelf wel van de markt verdwijnen. Zoiets heet marktwerking. Maar het tegendeel is het geval. Overal is er nog grote vraag naar de oude gloeilamp en de ergernis is groot als de leverancier moet melden de lampen niet meer verkocht mogen worden op last van hogerhand.

Bewerking van artikel van 23 april 2011. Bron: De Telegraaf.

Ons pand in de lentezon

image

Op deze mooie lentedag staat ons pand in de Amsterdamse Vijzelstraat er weer mooi op.

Gepost met WordPress voor Android

Prêt à jeter – Ready to throw – een documentaire

Prêt à jeter – Ready to throw

ARTE France, Televisión Española en Televisió de Catalunya maakten een interessante documentaire over de voorgeprogrammeerde levensduur van consumentenproducten. De gloeilamp, met een levensduur van ca. 1000 branduren, speelt hierin een hoofdrol. De gesproken taal is Frans, maar men hoort ook Spaans, Engels en Catalaans met Franstalige ondertitels. Ook de beroemde gloeilamp in de brandweerkazerne van Livermore (Californië, USA) komt aan bod in deze film:

Directe link naar Prêt à jeter – Ready to throw (YouTube)

‘Lang leve de gloeilamp’- deel 2

Eerder berichtten wij over de expositie ‘Lang leve de gloeilamp’ bij Ernst & Arno van Dongen Interieur & Bouwkunst in Amsterdam. Het is een sympathieke mini-expositie, waarvan we hier een aantal foto’s tonen (een klik op één van de foto’s opent een diavoorstelling):

Kooldraadlamp Ferrowatt
Arghaphoto Bolletjes
Elka Photolita
Sol Verpakking golfkarton

De tentoonstelling is nog voor onbepaalde tijd te bekijken op de Josef Israëlskade 44, Amsterdam. Dit is pal naast de ingang van het Okurahotel.

Volgende pagina →